Eeuwenoude trekroutes onder water waar honderden generaties walvissen gebruik van maakten zijn nu veranderd in levensgevaarlijke snelwegen die deze zachtaardige reuzen – vaak met kalveren in hun kielzog – moeten oversteken om de voor overleving noodzakelijke wateren te bereiken. Lijnen van visnetten kunnen zich om de staart of vinnen van een zwemmende of duikende walvis wikkelen, of vast komen te zitten in de baleinplaten van een walvis terwijl die met open bek voedsel uit het binnenstromende water filtert. Hoe meer de walvis zich probeert los te worstelen, hoe strakker de lijn zich om het dier wikkelt. Hij kan dan moeilijker eten of zich verplaatsen, en op den duur kan hij zo ernstig verwond raken dat hij eraan bezwijkt. Soms is een snelle dood het gevolg, maar hij kan ook nog maanden of jaren rondzwemmen zonder zich van het gevaarlijke vistuig te kunnen ontdoen. Vooral de toch al ernstig met uitsterven bedreigde noordkapers – van deze soort zijn er nog maar ongeveer 300 exemplaren over – lopen gevaar in visnetten te verdrinken en met schepen in botsing te komen. Minstens 72% van alle noordkapers dragen littekens van vislijnen, en de helft van alle bekende sterfgevallen onder deze dieren valt toe te schrijven aan botsingen met schepen. In 2004 startte het IFAW een proefproject in de Amerikaanse staat Massachusetts, waarbij kreeftenvissers werden geholpen hun gevaarlijke drijfnetten te vervangen door zinkende netten.
|